dinsdag 15 september 2015

Game over.



Een tijdje geleden kwam de boodschap hard over. De biologische vader van mijn kinderen wil na hen meer dan een jaar niet meer gezien te hebben, na zwangerschappen lang te ontkennen dat de kinderen van hem zijn, na nooit de kinderen zorg te hebben toegediend, na onze breuk slechts sporadisch in het beeld te verschijnen, opeens contact met hen. Liefst intensief contact, want hij heeft hun slaapkamers al klaarstaan. Met de twee dochters waar ik als alleenstaande moeder zo hard heb moeten roeien met de riemen die ik had. Waar de oudste dagenlang huilde omdat haar vader op generlei wijze haar zelfgeknutseld vaderdagcadeau wou ophalen.

Op het moment dat de jongste geen weet meer heeft van haar biologische vader en de oudste duidelijk doorgeeft dat ze geen contact meer wenst, wil hij terug in hun leven. Ik denk spontaan terug aan het verzoek tot afstand dat hij minder dan een jaar geleden overmaakte om zo een poging te wagen zijn alimentatieplicht te ontspringen of aan de zin die mij immer werd ingedramd: "als gij alimentatie vraagt, vraag ik co-ouderschap zodat ik u gene frank moet betalen".

Het sluimerde al even, de angst die ik voelde voor mijn kinderen. Voor de teleurstellingen, pijnlijkheden en trauma's die hen misschien opnieuw te wachten staan. Het was zo'n diepgewortelde beschermingsdrang. Het gevoel dat er iets op til is wat hen, en mijzelf, helemaal uit de lood zal slaan, net nu het leven mooi op de rails staat. Sinds enkele weken slaat de angst mij te pas en te onpas om de oren. Ik neem de dochters dan even vast en geniet. Geniet van de zachtheid van hun wangetjes, de dikke zoenen die ze geven, de geur van hun haar. Maar hoezeer ik ook mijn best deed om te genieten, des te meer ik me 's avonds schuldiger voelde. De nachten werden de laatste weken steevast ingezet met eindeloos gepieker, in een weinig frivole combinatie met zacht gesnik. De vermoeidheid sloeg eindeloos toe.

Gisteren zat ik voor mijn computer op het werk. Ik typte wat dingen in een Word-document en opeens overviel het me: een ellendige huilbui. Een van de zovelen de laatste tijd. Ik stopte met functioneren en staarde naar het beeldscherm voor mijn neus. Het was alsof mijn lichaam een complete shutdown kende. De letters op het scherm waren amper leesbaar, de klanken van een telefonerende cliënt klonken zo irreëel. Het was alsof de hele wereld zich vernauwde tot een grote brok angst, alsof ik, als nietig pluisje, van een schouder werd geveegd en de eeuwige dieperik in werd geduwd. De huilbui ging door tot in de wachtzaal van de dokter deze ochtend, waar de patiënt naast mij vroeg of ik ook zoveel last had van mijn sinussen tijdens mijn verkoudheid. I wish.

Zonet toetste ik de nummer in van een psychologe, met doktersadvies in de hand. Ik sprak mijn gegevens in op haar antwoordapparaat. Momenteel voelt het alsof ik de marathon heb uitgelopen met mijn barslechte conditie. Het voelt als een overwinning.

2 opmerkingen:

  1. Heel veel goede moed en steun gewenst. En goed ook dat je die eerste, gigantische stap gezet hebt.

    BeantwoordenVerwijderen