maandag 25 november 2013

25 november - deel I

Vandaag is het 'Internationale dag van de uitbanning van geweld tegen vrouwen’, om het even deftig te verwoorden. Of beknopter: dag tegen geweld op vrouwen. Want ja, het gebeurt nog steeds. Dit niet enkel in de zogenaamde marginale gezinnen maar ook bij Jan Modaal die om de hoek woont. Van alle 'internationale dagen van/tegen ...' is deze degene waarbij ik mij het meest betrokken voel.

Geweld tegen vrouwen kent vele vormen, die allemaal even erg zijn, maar laat ik het bij deze toch toespitsen op intrafamiliaal geweld. Omdat dat soort vastgeroest zit in mijn geheugen sinds de jaren '90.

Na zoveel jaar verdriet, wraakzuchtigheid, misnoegen, banale angsten maar vreemd genoeg ook enorm veel schaamte, lijkt het mij de moment om naar aanleiding hiervan, alles op tafel te gooien. Met toch nog iets van censuur, weliswaar. Iets in mij heeft dit altijd willen naar buiten brengen maar vanbinnen voelde ik steeds een grotere woede, verdriet maar vooral schaamte naarmate ik ouder werd & vooral ouder van een kleuter. Na vele gesprekken met mijn huisarts, vond zij het een goed idee dat ik het, op eender welke manier, ventileerde. En als dat met een blogpost zou lukken, so be it. Vandaag schuif ik dus even de schaamte opzij, niet enkel voor mezelf, maar vooral voor de mensen (man of vrouw!) waarvan hun kinderen hetzelfde meemaken of aanschouwen. Omdat het niet oké is om te kijken, te hopen op beter of kans na kans na kans te geven, terwijl de betrokken personen steeds meer gebrandmerkt worden door zulke herinneringen.

Na de scheiding met mijn vader vond mijn moeder een nieuwe liefde, inclusief zijn toen 16-jarige zoon, waarmee ze al snel ging samenwonen. Mijn euforie was groot. Denk als vierjarige maar eens aan een nieuwe slaapkamer, een gelukkige mama, een attente stiefpapa maar vooral: een hond! Het huis moest grondig verbouwd worden en toen men aan de verdeling van de kamers begon, leek het eerste breekpunt aangebroken. Van de twee kamers kreeg ik, desondanks mijn astma-probleem, de kleinste, stoffigste kamer. Een kamertje waar mijn bed net verticaal in kon en mijn kleerkast maar net de deuren kon openen. Ook een kamertje waar mijn stiefvader een spaghettibord en een koffiekan naar het hoofd van moeder voor gooide. Omdat er geen discussie mogelijk was over de kamer die ik zou krijgen.

Terwijl de verbouwingen van mijn kamertje aan de gang waren, sliep ik in een stapelbed op de kamer van mijn stiefbroer (laten we hem vanaf nu W. noemen). W. was de allerplezantste. Hij vond spelletjes uit zoals 'lakentje in de hoogte', vertroetelde me te pas en te onpas, speelde voetbal met me en liet me tot midden in de nacht meeluisteren naar zijn Thunderdome cd's, die blijkbaar het van het waren. Maar toen ik niet meer 'lakentje in de hoogte' wou spelen, legde hij me op bed, wikkelde mij in het laken met mijn gezicht naar de matras en ging hij bovenop mijn gezicht zitten. Toen ik niet meer wou dat hij me vertroetelde, verplichtte hij me om hem te kussen op de mond zodat ik al voorbereid was op het echte moment dat zich ooit later zou aandienen. Wanneer ik wilde stoppen met voetballen, schopte hij de bal keer op keer in mijn gezicht tot dat ik opnieuw wou voetballen. En wanneer ik om 23u echt genoeg had van Thunderdome VI en graag slaap wou, spuwde hij vanboven uit zijn bed strategisch al de sappen die zijn speekselklieren maar konden produceren in mijn gezicht. Huilen was geen optie, tenzij ik plezier beleefde aan mijn stiefvader, die mij in het donker aan de trap in de hoek liet staat & mij een paar lappen rond mijn oren gaf, om het zo mooi te verwoorden, voor mijn aanstellerig gedrag. Dat mijn moeder daarrond protesteerde was geen optie: het was ofwel zij, ofwel ik.

Want ja, zo vader, zo zoon, of omgekeerd. Ook mijn stiefvader (L.) had er een handje van weg, zeer letterlijk te nemen dan. Als W. een halve baksteen op mijn hoofd gooide terwijl ik aan het spelen was met een vriendinnetje, betwiste L. de betrokkenheid van zoonlief. Dat ik een gapende wonde had, leek hem niet te deren, en hij metste rustig verder aan de voorgevel. Toen ik met bloed op de hand nogmaals kwam vragen of hij er niet eens naar kon kijken omdat het echt wel veel pijn deed, duwde hij me naar binnen, deelde enkele pedagogische tikken uit en vertrouwde me toe dat er nog meer zaten aan te komen als ik er iets tegen mijn moeder over durfde te zeggen. Of nog: tijdens een badmoment bij mijn bobon, vroeg die zich af hoe het kwam dat op mijn kaak een gehele handafdruk zat. Toen ze uiteindelijk ontdekte dat deze afkomstig was van meneer L., nam ze mij elke dag na school mee naar huis, gaf me daar te eten, stak me in bad & bracht me daarna naar huis, in pyjama, waar ze mij direct in bed stak & mij op het hart drukte om "absoluut niet naar beneden te gaan tot mama thuiskwam & te proberen direct de slaap te vatten". Een van de prettigste herinneringen uit deze tijd was om te zien hoe mijn kranige, kleine bobon zich niet liet intimideren door L., die op zijn minst 2 koppen groter was én breder. Hoe hard hij ook brulde tegen haar, zij liet haar niet van de wijs brengen & legde met mij steevast het parcours voordeur-badkamer-slaapkamer af terwijl ze vrolijk "arm in arm is toch zo warm, hand in hand is toch zo plezant" tegen me zong. Tegen niemand durfde ik iets te zeggen omdat ik steeds werd verweten dingen te verzinnen of het uit mijn dromen te halen, maar mijn bobon had geen woorden nodig. Zij kon zonder woorden bevatten wat ik voelde en mij troosten zonder het echt over het desbetreffende onderwerp te hebben.

Op een dag vroeg mijn moeder me om afscheid te nemen van Does, onze hond, waarna ze mij in de auto zette en we nooit meer terugkeerden.

Bovenstaande situatie heeft ongeveer een jaar en half geduurd maar laat me na 20 jaar nog steeds niet koud. Het gebeurt, vooral na een stressvolle dag, dat ik droom over bepaalde zaken. Aan de voetbalspelletjes heb ik een ridicule angst overgehouden voor opblaasbare objecten (ballen, ballonnen, fietsbanden, ...) en vuurwerk omdat die hetzelfde geluid maken wanneer ze ontploffen als een bal die in jouw gezicht terecht komt. Ik word eveneens verschrikkelijk nerveus wanneer iemand me stevig vasthoudt.

Er zijn nog meer zulke dingen te verhalen op wat er zich afspeelde in mijn kleuterjaren en ook de latere tienerjaren, maar dat houd ik voor deel II, kwestie van mijn avond niet ineens vol te proppen met negativiteit.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen