Posts tonen met het label Het leven zoals het is. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Het leven zoals het is. Alle posts tonen

maandag 17 oktober 2016

Deze middag haalde ik mijn jongste dochter van school. Een stuk, want de grootste vertrok deze ochtend op boerderijklassen. De speelplaats lag er akelig stil bij. Ik babbelde nog even met wat andere moeders. Ik keek niet op mijn horloge, niet naar mijn gsm, maar naar mijn dochter die bovenop een klimrek zat te giechelen.

Onderweg naar huis koos ze zelf de muziek en mocht ze co-piloot zijn. "Links, ahnee, recht" en oeps, net te laat. Ik sloeg opzettelijk de (verkeerde) straat in die ze eerst aangaf, waarna ze met haar vingertje op het scherm van het gps-toestel zocht hoe ze zo snel mogelijk bij de vlag (aka ons huis) kon geraken. We reden een gigantisch grote omweg, maar we zagen gebouwen, mensen en dieren ("was dat nu een fleesmuis?") die we anders niet zouden gezien hebben.

Ik maakte zelf avondeten, wat rijst met homemade appelmoes en een dinoburger. Zij dekte de tafel met de benodigdheden die ik had klaargelegd, ik liet de appelmoes overkoken in de microgolfoven. Ze voegde ook één ding dat ik niet had klaargezet: een theelichthouder. Ze deed er een theelichtje in en vroeg of ik het wou aansteken. "Hihi, da's wel veel te gezellig he?"
"Jij hebt wel je best gedaan, mama. Ik ben fier op jou!", zei ze met haar mond vol dinoburger. Het kind dacht waarschijnlijk dat ik een hele middag bezig was geweest met het vormgeven van een hamburger zodat zij van een T-rex kon smullen maar he, 't kon haar maar smaken. Ze at alles op zonder gemor, zelfs haar appelmoes!

We gingen samen in bad. Ze vertelde verhaaltjes en ik moest raden of ze echt waren gebeurd. Soms verzon ze een verhaaltje en riep ik "verzonnen!" terwijl ze bleef volhouden dat het echt gebeurd was. (Als iemand van jullie ooit hoort dat wij een egel hebben opgegeten omdat ie lijkt op een vogelnestje: that dit not happen.) Haar pyjama hing op de verwarming. Toen ze die aantrok klonk er een gelukzalige zucht.

Onderweg naar bed nam ik haar op mijn arm. Ik stopte mijn neus in haar versgewassen haren en snoof de geur van de shampoo op. Ik hield ze zo stevig vast dat ik dacht dat ze in twee zou breken als ik mijn greep nog iets steviger aanvatte. Maar dat deed ze niet. Ze legde haar hoofd op mijn schouder. Tijdens het verhaaltje zei ze: "Nu was een leuke dag. Wij zijn nu echt dikke vrienden. Gaan we dat morgen opnieuw doen?". Het was een zin die mij de hemel inprees, maar ook de hel aanduidde.

In mijn hoofd klinkt al enkele dagen dezelfde boodschap. Kan ik het maken om, als moeder van twee kinderen, de ellendige lange rust te nemen die mijn huisarts me aanbeveelt? Kan ik het maken om niet meer te werken voor een loon, maar terug te vallen op een ziekteuitkering die slechts 60% hiervan omvat, enkel en alleen omdat mijn hoofd nu liever in de neerslachtigheid vertoeft? Vandaag maakte de eenstemmigheid plaats voor een tweede stem: hoe kon ik het maken om al deze momenten aan mij voorbij te laten gaan en door het leven te haasten?

U vindt mij vannacht in bed met een vers topic om over te piekeren. Ik wou dat ze in mijn hoofd ook lekkere latte's serveerden far past bedtime.

zondag 26 juni 2016

Een vluchtig moment.







We namen plaats op een bankje, impulsief, geen mens die in onze buurt was.
Een vluchtige ongeplande picknick.
Een mini-kikker sprong op Fiores voet omdat ie dacht dat ze zijn mama was.
Phéline kreeg schrik van een onbekend geluid tussen het riet, dat gevolgd werd door geplons en geritsel. Wedden dat het een zieke eend was?
We aanhoorden een passerende trein en verzonnen zijn reisbestemming.
Waarom zijn die koffiekoeken met enkel glazuur en geen vulling soms de lekkerste?


woensdag 2 maart 2016

07-07-07


Vroeger bezocht ik mijn grootvaders, die op amper 50 meter van elkaar begraven liggen, veel vaker. In de zomer verfriste ik de graven dan met wat bloemen, verwijderde onkruid en modder, liet vaak een handgeschreven brief achter. Niet dat ze deze te lezen zouden krijgen, maar ik moest hen toch op een of andere manier op de hoogte houden van mijn leven. Mijn pepe langs mijn vaders kant kende ik van sporadische bezoekjes. Mijn herinneringen aan hem zijn vrij beperkt. De pepe langs moeders kant nam een zeer groot deel van mijn leven in. Jarenlang woonden we onder één dak. Wanneer ik wakker werd op zondag, zorgde hij steevast voor een verse tas botermelkpap en witte boterhammetjes, gesneden in driehoekjes, zonder korst. Zijn aanwezigheid zit verweeft in de mooiste herinneringen uit mijn jeugd.

Vandaag ging ik met de dochters naar het kerkhof samen met mijn moeder. Het was bijna één jaar geleden dat we voeten op deze rustplaats zetten. Phéline had me al meermaals gevraagd of ik ook een opa had, of een pepe. Ze was nieuwsgierig naar waar ze begraven lagen, of eerder: wat ze mocht verwachten van zo'n begraafplaats. Ze was er natuurlijk wel al eerder geweest maar had deze plaats niet in zich opgenomen.

Op het graf van mijn grootvader langs moeders kant stond een bloemstuk waarvan de pot helemaal gebarsten was door de vrieskou van de voorbije maanden. Toen mijn moeder en ik het bloemstuk opruimde zodat de kapotte pot niet meer zijn graf bedoezelde, ging Phéline samen met Fiore wandelen op het kerkhof, waar ze bloempotjes rechtzetten, of naar foto's keken terwijl ze zich afvroegen wie die mensen waren. Eenmaal terug bij het graf van mijn pepe veegde Phéline de laatste scherfjes bij elkaar. Tussen die scherven vond ze een klein steentje in de vorm van een hart. Ze nam het hartje en legde dit bij de foto die op zijn grafzerk stond.

De combinatie van zoveel dierbaars rondom mij ontroerde me ontzaglijk. Er vielen dikke druppels uit de lucht en tranen stroomden over mijn wangen. Ze stond bovenop het voorste puntje van zijn graf. Haar armen vonden een weg rond mijn hals. Er zit zoveel liefde in dat kind.

"Je mag wenen, mama. Het kan geen kwaad. Je mag hard wenen."
"Mis jij jouw pepe?"
"Ja, schat"
"Als je iemand graag ziet, dan hou je die in jouw hartje. Wat in je hartje zit, kan je nooit missen, want wat in je hartje zit, is altijd bij jou."



dinsdag 2 juni 2015

Pauze.

Ik kreeg vandaag een mailtje van een lezer die zich afvroeg of ik gestopt was met bloggen. Toen ik zoiets had van 'tiens, hoe komt die daar nu bij?', keek ik mijn blog even na en zag dat het laatste bericht dateerde van 26 april. Je kan het zelfs geen volwaardig bericht noemen, 't is gewoon een aankondiging van een giveaway. Vrij sobertjes dus, hier.

Toen ik naar mijn laatste blogpost keek, voelde ik me wat sip. Ik blog al sinds mijn 16de. Dat maakt dat mijn teller met blogervaring (alhoewel ik geen deskundigheid op dit gebied verworven heb) in mei afklokte op 10 jaar. Da's best wel lang. Steeds deed ik het met veel plezier. Er waren altijd wel momenten dat ik iets wou vertellen aan een onbekende meelezer aan de overkant van tinternet, of dat ik een droevig momentje had en een "therapieblogje" schreef. Momenteel ervaar ik de drang om dingen te delen in een blogpost niet meer. Ik bedoel: hoeveel mensen zijn er echt geïnteresseerd in een leven van iemand anders? Is het dan zo boeiend om te lezen hoe ik ziek werd van teveel mango's te eten in een onverhoopte dieetpoging?

Nu het moment aangebroken was om even te reflecteren, kon ik eerlijk met mijzelf zijn. Was mijn zin verdwenen om te bloggen? Neen. Was ik te moe, futloos, te druk bezig om mij, al was het maar een avond per week, vrij te maken om enkele zaken neer te typen? Neen. Had ik absoluut geen ideeën meer in mijn hoofd zitten? Neen. (ik heb trouwens nog meer dan 40 posts in concepten staan, jazeker) Wat was dan het probleem? Awel, het probleem zit hem in de vormgeving. Ik lees namelijk ENORM veel blogs, echt waar. Zoveel blogs dat ik amper nog tijd heb om 's avonds een boek te lezen. Er zijn enorm mooie blogs, boeiende eveneens en ze zijn allemaal zo geweldig schoon/leerrijk/speciaal, dat ik mij liever bezighoud met het bewonderen ervan, dan eigenlijk nog iets te schrijven wat niet zo heel relevant is in een digitale omgeving die absoluut niet zo prikkelend is als de blogs die ik momenteel volg.

Een tijdje geleden zei ik tegen het lief, die beroepsgericht frequent bezig is met grafische programma's, dat ik het ook wou kunnen. Ik wou ook schone verjaardagskaartjes kunnen maken of matchende lettertypes uitzoeken. Ik wil dat nog steeds. Daarom spookt het al een tijdje in mijn hoofd om een opleiding te volgen, iets creatiefs. Avondschool, regelmatig workshops omtrent hetzelfde onderwerp, zelfstudie, eender wat, zolang mijn grijze massa maar creatief gebruikt wordt. .Maar de uren van de avondschool zijn absoluut niet combineerbaar met mijn werkuren, laat staan met mijn gezin. En dus was ik met mijn idee terug naar af.

Vandaag zag ik echter (zou het een beetje het lot zijn?) dat Verbeelding een cursus photoshop aanbiedt. 't Klinkt te makkelijk voor woorden. Te schoon ook. Maar ook aanlokkelijk. En misschien moet ik de stap maar wagen en wordt het mijn best besteedde 75 EUR ever. Of misschien wordt mijn afkeer van eigen creatiefs alleen maar erger.


woensdag 18 maart 2015

Missie buikspek

Al sinds ik mij kan herinneren kamp ik met een buikje. Ook wanneer de weegschaal nog 49 kg aangaf en mijn groei stopte op 1m59, het buikje is altijd mijn probleemzone geweest. Met een kleine 55 kg ging ik mijn eerste zwangerschap in en een dikke 85 kg aanschouwde ik op de weegschaal wanneer ik net bevallen was van Fiore, mijn inmiddels 3-jarige, jongste dochter. Ik deed wel moeite om wat kilootjes te vermageren. Ergens vorig jaar slaagde ik erin om op mijn weegschaal opnieuw een 5 als eerste cijfer te toveren. En fier dat ik was! Ik voelde me steeds minder walvis maar meer een jonge gazelle die huppelde in de warme savanne.

't Was omzeep toen mijn huidige wederhelft de kooktaken op zich nam. Het gros van de weekdagen kookt hij, waarna ik een keer om de week (of zelfs later) een pastagerecht in elkaar flans. Er is zo'n gezegde dat wat iemand anders kookt, je steeds beter smaakt en spijtig genoeg is dat in mijn geval wel zo. De patatjes die hij op mijn bord schept zijn keer op keer fingerlicking good, om nog maar te zwijgen over de speciale groenteburgers die hij voor mij in elkaar flanst. Om nog maar te zwijgen van de pannenkoeken met straciatella-ijs die we quasi iedere avond als dessert eten. Tijdens mijn single dagen leefde ik voornamelijk van Coca Cola (2 flessen, 3 flessen per dag; bring it on!) en groentjes met pasta of brood, terwijl ik in het begin van mijn samenwoonst alles at wat er op mijn bord terecht kwam (uitgezonderd vlees uiteraard) en daarnaast ook nog eens liters mierzoete limonade dronk. U raadt het al: opnieuw een walvisgevoel in no time.

Ik deed al enkele pogingen om minder te eten, tot op heden ietwat tevergeefs doch slaagde er wel in om mijn frisdrankenverslaving de halt toe te roepen. Momenteel drink ik enkel nog spuitwater en Tönnisteiner Zitrone Fit, kwestie van toch nog iets met smaak te drinken. Ik probeer me hier allerlei gezonde voornemens aan te meten en doe volop research naar start to run-programma's of gezonde voeding, maar echter in de tandartsstoel vandaag kreeg ik echt het besef dat ik absoluut niet goed bezig ben geweest en het tijd was voor verandering.

Toen ik mijn mond wagenwijd opensperde, vroeg de tandarts aan zijn assistente om even pen en papier erbij te nemen. Hij gaf een opsomming van nummers, waarna de assistente vlijtig alles neerpende. "Wat ik net heb opgesomd, mevrouw, zijn de tanden waar zich een gaatje bevindt.". -slik- "U heeft een ware ravage in uw mond aangericht." - dubbel slik - "Uw tanden zijn na jarenlange overconsumptie van suikers en zuren zodanig aangetast, dat ik u aanraad uw eet- en drinkpatroon dringend aan te passen." Terwijl hij begon te vertellen over zijn behandelplan en over de schade die mijn jarenlange cola-verslaving teweeg heeft gebracht (in combinatie met mijn knarsetanden weliswaar), bleef mijn hoofd maar malen over hoe mijn eet- en beweegpatroon zo'n ontzettend harde een ommezwaai nodig heeft.


En misschien ook wel een serieuze schop onder mijn kont.

dinsdag 20 januari 2015

Ik rijd sinds begin december alleen rond met de auto. Met een mooi omkaderde L op de achterruit. De L van leerling, maar meestal toch ook van lompe loser. Het voelt veilig aan om met die L te rijden. Mensen weten dat je wat trager vertrekt wanneer het verkeerslicht op groen springt en dergelijke. Uw achterliggers zijn geduldig en gebruiken amper nog hun claxon wanneer er iets fout gaat. Stilvallen aan een licht bijvoorbeeld (enkel aan dat ene kruispunt); iedereen steekt schoon voorbij zonder getoeter enal. Handig alé, die L.

Ik geef het toe dat ik een crappy chauffeur ben. Of eerder, een slechte parkeerder. Ik beken: ik parkeerde mijn auto gisteren zo slecht voor de voordeur dat ik mijn lief in zeven haasten moest verzoeken om hem deftig te parkeren zodat hij niet meer halfweg op de baan stond. "Wie zijt gij dan om anderen te beoordelen?", hoor ik u denken. En u heeft echt gelijk. Maar soms moet het me van het hart. Soms zie ik dingen waarvan ik net op het randje van exploderen sta. Uit mijn mond vloeien dan woorden waar zeker 20 zweepslagen en wat waterboarding op zou staan in een andere wereld.

In die twee maand heb ik mijn medebestuurders, waarvan ik dacht dat ze allen een hoog niveau van rijvaardigheid bezaten, handelingen zien doen waarvan mijn hart soms sneller sloeg. Ik heb met bibberende benen gezeten, of met mijn hand op de claxon. Of gewoon met een wijde glimlach op het gezicht, de tranen in mijn ooghoeken. Positief of negatief.

Zo had ik enkele dagen geleden een Toyota voor mij met iemand die op een voorrangsbaan van 70km/u stopte aan iedere zijstraat om de wagen langs onze rechterzijde over te laten. De eigenaar van de kwestieuze Toyota kon het ook niet laten om op die baan 40km/u te rijden en om uit het niets zijn rempedaal volledig in te duwen omdat er een fietser wilde oversteken. Of er was ook iemand met een Fiat Punto die dacht dat zijn wagen dubbel zo groot was en niet door een opening van een geparkeerde en stilstaande wagen kon passeren omdat hij geen ruimte had. Ik kan u verzekeren dat de bestuurder van een lijnbus er zich zonder verpinken een toegang door kon banen. Er zijn ook de eeuwige zoekers. Zij rijden overal 30 km/u en pinken bij elke zijstraat die ze tegenkomen, stoppen dan aan de straat en besluiten toch maar ze niet in te rijden. Of de "gatboorders". Die rijden de hele tijd vlak tegen je achterbumper, wijken steeds wat uit naar links in de hoop je voorbij te steken maar beslissen dit niet te doen. Verschrikkelijk irritant om enkel die voorlichten de hele tijd door je achterspiegel te zien. En u heeft ook de BMW-, Mercedes- en Audi-bestuurders. Die auto's zijn zo ongelofelijk duur dat de optie 'knipperlichten' vaak net boven het te besteden budget uitvalt en ze het moeten stellen zonder.  (Maar dat wist u wellicht al).

Ik kwam tot de conclusie dat we allemaal een L op onze achterruit moeten kleven. Omdat we allemaal constant onze rijvaardigheid proberen te verbeteren. Al dien ik op te merken dat bij sommige anciens nog steeds niet lijkt te vlotten. De mensen die hun rijbewijs schijnbaar bij een gesneden galetten brood hebben gekregen, mogen dan een silhouette van een brood in de rechterbovenhoek van hun achterruit hangen.

maandag 29 december 2014

Mijn leven zit in dozen. Ik word er wat weemoedig van. Nadat mijn intrek bij den boyfriend werkelijkheid werd, moest ik afscheid nemen van mijn huis dat ik zo hard had gekoesterd. Het huis waar ik met de vroedvrouw over een poedelnaakt Fioortje, die kirrend op de verzorgingstafel lag, hing omdat haar naveltje bleef ontsteken & ik teneinde raad was. Het huis dat ik gevuld heb met ellendig veel tranen, maar waar mijn mondhoeken van de voordeur naar de achterdeur hebben gelachen. Daar waar ik mijn kinderen zag opgroeien & 's nachts op muizenvoetjes naar mijn kamer hoorde trippelen. Mijn huis, cheap as hell ingericht maar geheel van mij. Mijn nieuw aangekochte bed, dat ik als het ultieme teken van vernieuwing en onafhankelijkheid zag, staat nu - uit elkaar gevezen - in de garage. Ik nam mijn intrek in een geheel bemeubeld huis, zonder enige persoonlijke toets van mij. Geen tweedehands Ikea berkenfineer meubelen meer, geen retro of kitsch meer. It's all gone. Het doet me pijn. Ik ben eerlijk.

Het doet me nadenken.

Ik voel mezelf alweer wegroesten in gewoontes. Het gaat te simpel, het gaat te makkelijk, het gaat te snel ofschoon er helemaal geen tijdsbesef meer lijkt te zijn, die overgang. Waar ik een half jaar geleden nog met de vuist op tafel sloeg, voel ik alweer passies, voornemens, een eigen wil wegebben. Een leven in een stad waar je niemand kent equals een leven aan sociaal isolement. Het met twee volwassenen moeten inrichten is een constante balans zoeken tussen symbiose en parasitisme. Of eentje tussen kinderen, werk, huishouden, partners en jezelf. Niemand had gezegd dat het zo moeilijk ging. Niemand had gezegd dat je het samenwonen ooit zou kunnen afleren.

De gewoontes van het alleenstaande leven, de zelfstandigheid en de vrijheid, zitten in mijn gedachten en handelingen ingebakken. Het is puur egoïsme, extreme zelfredzaamheid, vreselijke impulsiviteit. Een rauw gevoel. Ik probeer te balanceren maar helaas. Ik twijfel of ik de parasitaire component ben, of eerder de lijdende.

Het was zo onwezenlijk naïef te denken dat het met twee makkelijker ging gaan dan alleen.


(Desondanks het bovenstaande gaat alles vlot in mijn relatie. Nog steeds ben ik in het bezit van den best boyfriend ever, al doet hij nu wat minder zijn best om 's avonds niet in te dutten in de zetel. ;-))


vrijdag 14 november 2014

2 jaar onafhankelijkheid.

Ik sprak onlangs met mijn lief over mijn tweede jaar onafhankelijkheid en het daarbij bijhorende cafébezoek ter viering. Hij mocht mee, gewoon, om te herdenken dat ik een tweede jaar geheel onafhankelijk ben. "Ik wil eigenlijk niet dat je zoiets gaat vieren", zei hij tegen me, waarop ik ontzet aan het keukeneiland achterbleef.

"Waarom niet? Het is toch mijn eigen keuze wat ik wel of niet wil vieren.", antwoordde ik hem ietwat bitsig. Ik had het gevoel alsof mijn 2de jaar onafhankelijkheid opeens werd weggeveegd omwille van een nieuwe relatie. Mijn eigenste mijlpaal. Dat terwijl ik op sommige momenten nog steeds het gevoel moet hebben dat ik een onafhankelijk en sterk individu ben die het allemaal alleen aankan. Hij vertelde me dat hij het niet prettig vond dat ik het einde van een relatie herdacht, of dat hij het niet leuk vond dat ik mezelf als onafhankelijk wou zien terwijl ik wel in een relatie, pril doch bestaande, zat. De manier waarop hij alles rustig omschreef, met zijn hand in mijn schoot, deed me realiseren dat ik misschien wel iets te ver ging. De herdenking van het einde van een uiterst ellendige relatie is één ding, maar om dan van de daken te gaan roepen dat ik 2 jaar onafhankelijk ben... Nu ja, dat was er misschien wat over.

Ik liet de onafhankelijkheid, de bevrijding, voor wat het was. Ik nam mezelf voor om er nooit meer zo expliciet op terug te komen.

Enkele weken geleden las ik deze blogpost van Prinses op de kikkererwt met de titel 'Genant maar voorbij'.
Ik verwachtte me aan een ludiek stukje, iets over een bus en een ladder in een nylonkous ofzo, maar wat ik las was zo herkenbaar. Het einde van een relatie, hoe ellendig die bij mij ook was, betekende het begin van een lange weg. In het begin voelde ik me zo alleen met mijn gevoelens, zo kwaad en ontzettend onbegrepen. Iedereen sprak de cliché quotes als "genoeg vissen in de zee" en "ge vindt wel snel een ander" maar niemand leek mij echt te snappen. Machteloos. Alleen. Toen ik die post las, voelde ik de nood om te reageren. Om te zeggen van "hé, gij zijt echt niet alleen! Er zijn genoeg mensen die weten hoe dat voelt." omdat er toen niemand mij echt leek te snappen. Gelukkig kon ik terugkoppelen aan een blogpost die ik een jaar eerder schreef, ergens tussen euforie en zwarte bodems. Het wordt dus echt wel beter, pinky promise.

Met de post van Prinses op de kikkererwt in het achterhoofd besloot ik kleinschalig toch mijn 2de jaar onafhankelijkheid te vieren. Niet onafhankelijk op relationeel vlak, eerder de verlossing van al mijn doodongelukkige jaren. Ik besloot voor even enorm te genieten. Ik genoot ervan toen ik de haren van mijn kinderen inzeepte en zachtjes hun hoofdhuid masseerde. Phéline zei: "Ooooh, mama, da's heerlijk hoe jij mijn hersenens wrijft.". Fiore vond dat het wat te lang duurde en vroeg snel om de haartjes te soelen. Daarna lag ik een heel uur te weken in bad, met theelichtjes op de rand en een aangrijpend boek in de handen. Ik ging extra vroeg naar bed, viel direct in slaap en werd 's ochtends wakker van trippelende kindervoetjes op het parket met een warme omhelzing rond mijn middel.

Het werd dus echt beter. Of zoals ik ergens las: be patient. Sometimes you have to go through the worst to get the best.




donderdag 23 oktober 2014

Aan de kattige vrouwen onder ons.


Vrouwen die de talenten van soortgenoten becommentariëren in de meest verwerpelijke zin van het woord; ik zal het nooit begrijpen. Eerlijkheidshalve dien ik toe te geven dat dat één van mijn favoriete bezigheden was in mijn tienerjaren, maar soms moet je peilen naar de meerwaarde van dat gedrag, om dan nuchter te constateren dat deze zowaar nihil is.



Ik volg bijvoorbeeld enorm veel naaiblogs. Oontje, Emma en Mona, by Eva Maria, leven met Liv, zijn een paar van mijn vast gevolgde blogs. Op Instagram vergaap ik mij graag aan moois dat Liesbeth maakt. Qua contradictie kan dat tellen. Een klungelige vrouw die dagelijks nog steeds met veel moeite haar veters strikt, volgt blogs waar kunstige vrouwen gehele jassen in elkaar fabriceren. Waar ik mede-onhandigen hoor vitten over kleurpatronen die niet bij elkaar zouden passen, bewonder ik stuk voor stuk de plaatjes. Ik slaak dikwijls een diepe zucht. Toegegeven: ik voel dan een beetje frustratie wanneer ik 'hoe schoon' in de commentbox typ, maar behoud immer het respect voor de ander die zo'n ooglijke dingen kan maken. Mocht iedereen mijn onhandigheid delen, dan liepen we allemaal zonder kleding rond, stond er niets recht in deze wereld & leek ons haar met de heggenschaar afgeknipt.

Wat ik hiermee probeer duidelijk te maken is eigenlijk vrij simpel. Laten we met z'n allen (ja, ik heb het ook tegen jou, soortgenoot die deze ochtend vertelde over die schoonheidsspecialiste die bij zichzelf nog geen 'lijntje' kon zetten) een beetje minder kattig zijn. Een tikkeltje meer bewondering hebben voor iemand anders, zonder een manier te zoeken waarop hun talenten opeens niet zo goed meer lijken. Iedereen heeft zijn eigen vaardigheden, zelfs onbeholpen ondergetekende. The world needs more positive people.

woensdag 24 september 2014

As happy as can be.

Ik denk, net zoals iedereen, al een lange tijd na over wat mij gelukkig maakt. Zit geluk wel degelijk in kleine dingen of zijn er grotere gebeurtenissen voor nodig, zoals de geboorte van een kind, om wel degelijk iets fundamenteels bij mij los te maken?

Ik dacht een lange tijd dat geluk voor mij een relatie was. Eentje waarin ik iedere dag mijn uiterste best deed om de meest sublieme versie van mezelf te geven, maar uiteindelijk toch steeds dieper terecht kwam in een soort schijn-gelukkig zijn. Voor de buitenwereld de traditionele happy huisvrouw spelen, terwijl tussen die vier muren meer tranen werden gehuild & wanhoopskreten werden geslaakt dan in de gemiddelde huiskamer. "Als ge u gelukkig gedraagt, zult ge dat vanzelf wel worden" - dat was dus een manier die voor mij niet werkte zoals vooropgesteld.

Nadat ik 2 jaar geleden single werd, zocht ik geluk in kleinere dingen. Een goed boek, een proper huis, lekker lange douche, verse bloemen op mijn keukentafel en dergelijke. Ik kan niet ontkennen dat deze een goed gevoel bij me naar boven brachten, wat eerder kon gecategoriseerd worden onder totale ontspanning dan onder geluk maar toch. Het leek mij in ieder geval moeilijk om dat intense geluk te evenaren dat ik voelde wanneer ik bijvoorbeeld een pasgeboren Fiore in haar park zag indommelen.

Vorige week vrijdag overviel het mij voor de eerste keer in een lange tijd. Het lief maakte pizzadeeg. Fiore had naast hem plaatsgenomen  Hij wreef zijn vinger in de bloem & plantte die daarna plagerig op haar neus, waarbij ze zich iedere keer met een verrukt lachje wegdraaide. Het zette mijn haren recht, beroerde iedere vezel in mijn lijf. Het maakte een geruststellend, euforisch gevoel in me los, eentje dat ik al jaren niet meer had gevoeld. Ik nam mijn gsm & legde het moment vast. Geen filter, geen bijwerkingskes - niks.



Omdat één beeld soms meer zegt dan duizend woorden.
Omdat dit beeld voor mij meer zegt dan wat ik ooit in woorden zou kunnen uitdrukken.

vrijdag 20 juni 2014

Een goede raad voor elke stofzuigerfabrikant

Beste mevrouwen, mijnheren van Philips,

De voorbije 5 jaar heb ik 2 stofzuigers hun geest doen geven. Beide waren ze van het merk Miele, waarvan er toch wordt beweerd dat die generaties meegaan. De eerste had al jaren dienst gedaan bij mijn moeder & was eigenlijk al ver voorbij pensioengerechtigde leeftijd gekomen vooraleer ik hem in mijn handen kreeg. Hij bezweek onder de langdurige slavenarbeid. May he rest in peace.

De tweede was van een beduidend jongere leeftijd maar zijn levensduur was daarom niet langer. De reden voor zijn voortijdig heengaan lag aan het noodweer van 2 weken geleden. 't Lijkt mij schandalig dat een dergelijke stofzuiger al stuk gaat van het opzuigen van hagelballetjes. 't Is niet dat die nadien in uw stofzuigzak smelten ofzo. (zucht)

Omdat een vrouw zonder stofzuiger hetzelfde is als een man zonder auto, begon ik al snel de zoektocht naar een plaatsvervanger. Mijn stiefvader zei dat de belangrijkste criteria voor een nieuwe stofzuiger levertijd, zuigkracht, snoerlengte & geluidsoverlast zijn. Een goede vriend merkte daarbij op dat een lief aan dezelfde kwaliteiten moet voldoen. Over de noodzaak aan zuigkracht valt in mijn geval nog te discussiëren natuurlijk.

Uiteindelijk vond ik het geschikte model & op 18 juni bestelde ik hem via Bol.com. Ik liet hem inpakken, jawel, want als single worden deze helaas niet als moederdag- of verjaardagscadeau gegeven. Oh, bergen zou ik verzetten voor een verjaardag waarop ik een mixer, een pak badhanddoeken of rolgordijnen zou krijgen. Anyhow, de doos werd na een dag geleverd dus mijn blijdschap kon niet meer op. Daarna begon het leukste deel (feel the irony): dat ding in elkaar steken. Want hoe schoon, glimmend & praktisch hij er ook mocht uitzien, die 4-tal onderdelen moesten nog op de correcte plaats komen te zitten! Uiteindelijk was ik aan dat alles een 20-tal minuten bezig, waarna er nog één onderdeel naast mijn doos & instructieboekje lag. Tot op heden ligt het er nog steeds. Ik heb het "wisselstuk" genoemd & ergens diep in mijn kast verborgen. Vrouwenlogica, that is.

Ja, ik kom to the point nu. Ik schrijf graag een lange inleidende tekst alvorens ik aan mijn standpunt kom. Maar u was zo geduldig om al het bovenstaande te lezen, dat ik mijn verzuchting ineens deel. Mijn goede raad: speel in op de grote horde alleenstaande vrouwen met 2 linkerhanden, het ongeduld & het inzicht van een 3-jarige. Lever bij elke nieuwe stofzuiger ook even een technicus die het onding in elkaar kan steken. Of steek het gewoon geheel in zijn verpakking. Mijzelf & mijn geduld danken u.


Gegroet,

een vrouw.


PS: voor de rest werkt uw fabrikaat zo goed dat ik mijn stemgeluid erboven hoor. Mijn buren zullen dat eerder een negatief punt vinden. Excuses.

zondag 8 juni 2014

Het leven zoals het is: de dag dat ik ruzie maakte in de nachtwinkel met een man die mijn ijsje wou betalen.

Ofte: de dag dat mijn hart in duizend stukken op de grond lag en een man zijn kans schoon zag om mij te trakteren op een pot Ben en Jerry's ijs, die ik overigens nodig had om de eerste stukken te lijmen. Terwijl de man bleef aandringen, voelde ik in mijn ooghoeken steeds meer vocht ophopen tot het over mijn oogranden stroomde. Daarop riep ik, onder het toeziend oog van de nachtwinkeluitbater & een vrouw op torenhoge stiletto's, dat ik geen nood zou hebben aan gigantische portie B&J's wanneer er geen mannen op deze planeet hadden rondgelopen. En nog iets met mottige klootzak. De vrouw beaamde volmondig, de Indiër van de nachtwinkel keek of hij mij toevallig niet wat meer kon aanrekenen. Alweer speelde mijn impulsiviteit/eerlijkheid mij parten, iets wat er in de eerste plaats ook voor had gezorgd dat ik mijn troostcrèmeke nodig had. Althans, toch naar mijn mening.

Enkele weken eerder leerde ik iemand kennen, geheel toevallig. In mijn hoofd was ik al een tweede jaar onafhankelijkheid aan het plannen (een echte feestdag, y'all!). Het laatste waar ik nog aan dacht, was om in een relatie te stappen. Ik had er mij immers reeds bij neergelegd dat ik nooit meer verliefd zou worden. Verliefdheid treedt bij mij op tijdens de eerste kennismaking, hoe raar dat ook moge klinken. De eerste indruk maakt het voor mij een 'ja' of een 'nee'. Mannen die bijvoorbeeld in ongewassen toestand voor mijn neus staan, hebben er al gelegen. Of de exemplaren die geen deftige zinsconstructies kunnen maken, die kunnen ook hun schup afkuisen. Maar bij deze was het dus vanaf de eerste keer 'ja' sinds een zeer lange tijd. En wanneer er bij elk gesprek of ontmoeting nog meer pluspunten naar boven kwamen, was ik helemaal verkocht. De achterdocht uit mijn vorige relatie werd geheel ontmanteld. Ik liet mezelf volledig ontbolsteren & beging de grootste fout in jaren: ik liet opnieuw iemand toe tot mijn leven. Ik werd verliefd, met iedere porie & hersencel die mijn lijf bevatte. Zo intens dat de herinnering aan zijn geur of het beeld van zijn glimlachende mondhoeken genoeg was om me de rest van de dag gelukkig te maken. Het was gevoelsmatig zo geweldig dat ik enkel in superlatieven kon spreken of denken. De stappen naar een gelukkige toekomst leken gezet, tot we een discussie kregen & ik mijn ongezoute, impulsieve mening even op tafel gooide. Helaas blijkt die eerlijkheid, mijn grootste pluspunt, tevens mijn grootste minpunt te zijn. En toen was het einde verhaal, niks te happily ever after.

Waar mijn vorige relatie eindigde in complete razernij, liet deze een grote leegte achter, inclusief een gigantisch knagend schuldgevoel. Want om de ene dag nog te horen dat je graag gezien wordt, om de dag nadien genegeerd te worden & de betreffende persoon compleet in negatie te zien treden, lijkt voor mij het ergste wat er ter wereld kan bestaan. En dus blijf ik achter met de vraag: "what the fuck hell is wrong with me?!". Ik leek me af te vragen wat het ergste was: dat ik mijn eigen ruiten had ingegooid of dat ik gewoon iemand in mijn leven had toegelaten? Of het feit dat ik van de ene op de andere dag werd afgewezen zonder een deftig, eerlijk antwoord. Of dat ik de kans niet kreeg mijn fout te corrigeren/mijn opinie af te zwakken, desondanks mijn vele 'het spijt me's', voor eigenlijk iets zeer triviaals. Of dat ik achterblijf met de gedachte dat ik een volwassen man schijnbaar in een relatie heb gedwongen. Of dat ik gewoon alweer zo ontzettend naïef ben geweest om te geloven dat iemand mij graag kon zien. Of, of, of.

En dus bevond ik mij in de nachtwinkel met mijn handen vol troosteten. Met een man naast mij die "da meisken haar crèmeke wel zou betalen". Met tranen op mijn wangen, de moed in mijn schoenen, mijn hart tussen de Aiki Supernoodles & filterblaadjes, & de onmacht die in mij zijn weg naar boven wist te vinden. Met mijn mond vol woorden die ik tegen hem niet kon zeggen, uit respect & gevoelsgerelateerd, maar die ik wel naar het hoofd van de trakterende man in kwestie slingerde. Mijn ziel ergens tussen verbitterd, verloren, troosteloos en zelfhaat. Mijn gedachten bij een terugdraaiende klok & een 'nee' van in den beginne. Met gemis en leegte.

vrijdag 2 mei 2014

Vijf - en - twintig !

Met dank aan Pinterest voor de opbeurende quote.

Relativeren is de boodschap vandaag. En mijzelf trakteren op taart, chocolade & frisdrank à volonté!

Drie hoeraatjes ook, dubbel feest enal, want later op de dag laat ik een van de vier onschuldige kinderhandjes die ik binnen handbereik heb de winnaar van de give away trekken. Stay tuned!

dinsdag 1 april 2014

Ergens waar het niet over 1 april gaat.

Wanneer mensen mij vragen naar mijn beroep (secretaresse), en in het specifiek waar ik te werk ben gesteld (advocatenkantoor), kijkt men mij meestal vragend aan. De woorden saai, stijf, hersendodend en zelfs een keertje 'minderwaardige slaaf' worden dan op mijn bord gegooid. Ook wel eens: "Kunt ge uw loon uitdrukken in Speedy's van Louis Vuitton?*". Maar het meeste wordt er gepolst naar hoe dat is, werken bij mijnheer (of mevrouw, maar dan niet in mijn geval) de advocaat. Kom ik dagelijks thuis met kramp in de lippen van deze stijf op elkaar te houden? Dien ik mij te kleden in grijze tenues of net gehuld te worden in poederroze mantelpakjes? Wordt mijn loon niet uitbetaald wanneer mijn mondhoeken naar boven krullen? Enz. Ik kan hen eigenlijk geen ongelijk geven bij deze vooroordelen. Nadat ik les kreeg van 3 exemplaren, was ik ervan overtuigd dat ze ergens in een laboratorium werden gekweekt, die advocaten. Dat baby's bij de geboorte werden geselecteerd aan de hand van een bepaald gen en daarbij werden onderverdeeld om te groeien naar het complexe doch erudiete, welbespraakte en schrander persoon dat zij later zouden worden. Ik kan u op dat vlak al geruststellen: het zijn mensen zoals u en ik. Met vingernagels, humor en een hartslag, jazeker.

Werken op ons kantoor vind ik soms o-zo geweldig. Als in: "is het zover? Mag ik bijna vertrekken?", zonder ironische ondertoon, vooral in het weekend. Hoe kan het ook anders? Er warmt een chauffage in de winter mijn beentjes, er zijn geen kinderen die hun snot aan mijn mouw afvegen, lieve cliënten laten soms lekkernijen achter (marsepeinballetjes met chocolade!), elke week verse bloemen, mijn baas geeft bij feestdagen een hele mand chocolaatjes en niet te minachten: om mijn collega, die al anderhalf jaar op iedere gebeurtenis geweldige droge commentaar kan geven. Een lieve collega die me raad geeft, doet huilen van het lachen en die oprecht vraagt hoe het gaat met mijn offspring wanneer zij enkele uren daarvoor mijn vloer trakteerden op maagsap. En ik mag kantoormateriaal (such an addict) bestellen op kosten van iemand anders. Hoera voor dat alleen al!

Maar soms zijn er ook ergernissen in dat Wonderlijke Paradijs der Kantoormaterialen, spijtig genoeg. Dit pluk ik even uit een lijstje dat al wekenlang bij mijn concepten stond. Allons-y:

● Ik ben vast de enige die het papier aanvult. Fo' real, my friends. Ik heb tientallen papercuts die dat kunnen bewijzen.

● De telefoon. Do I need to say more? Iedere keer wanneer jouw vingers het klavier raken, rinkelt hij.

● Het mysterie omtrent de verdwijnende pennen. Ik twijfel om een spannende thriller te schrijven over dit fenomeen. Met een open einde, sowieso, want er werd nog steeds geen oorzaak gevonden.

Enige tijd geleden kocht ik een pakje van 24 pennen in de Hema. Mijn lievelingspennen weliswaar, omdat ze zo gemakkelijk in de hand liggen. Maar ze werken ook therapeutisch, jazeker. Mijn obsessief knipperen met balpennen tijdens ieder onbezonnen moment kan ik door het draaidopje niet uitoefenen, wat rust schept in mijn hoofd (en waarschijnlijk ook in dat van iedereen die mij kan zien/horen). Maar helaas, 24 exemplaren waren binnen de kortste keren spoorloos, waardoor ik nu opnieuw toegewezen ben op de onhandige BIC-pennen, die mij iedere dag opnieuw in knipperhel doen belanden. En ik bestelde er onlangs 100 van. En ik houd ze tot hiertoe verstopt... *insert griezelige lach*

● Het kopieerapparaat. Wij zijn geen vrienden en we zullen het nooit zijn.

● Iedere keer zin krijgen in een bisque wanneer je 'bis k(amer)' typt. Iedere keer, nu dus ook.

● Geen gebruik kunnen maken van de radio door dat dictaat. Of misschien ook niet mee mogen zingen in eender welke kantooromgeving. Het grootste minpunt van alle minpunten. (Kunnen de vakbonden hiervan nota nemen?)

Ik sluit af met een geweldige quote. Misschien net iets over the top, maar uiteindelijk lijkt het mij wel iets waar iedereen naartoe streeft. Of op zijn minst naartoe zou moeten streven.




* Neen, dat kan ik niet. Helaas word ik niet uitbetaald in handtassen, al bracht dat mij wel op ideetjes. Mijn loon is trouwens net hetzelfde als alle administratief bedienden.


En u, lieve lezer? Wat vindt u zo plezant/verschrikkelijk irritant aan uw job?

maandag 31 maart 2014

Nadat ik gisteren een hele big bag houtschaafsel leegmaakte, protesteert de rechterkant van mijn lichaam tot op heden volhardend. Waar hoogmoed voor de val komt, zal overmoed voor rigiditeit komen. (Met wat Photoshopskills had ik een schoon prentje gefabriceerd dat iedereen zou repinnen.) Mijn eens zo stevige (maar trage, door die kleine beentjes) tred werd lichtjes omgevormd tot een dronkemansloopje nadat ik het lumineuze idee had om ook nog eens schoenen met hak aan te doen. Met wankele benen baande ik me een weg naar trein en kantoor, zonder net niet een paar keer mijn voet om te slaan en plein publique. Lichtelijk genant.

In ieder geval: mijn lichaam voelde aan alsof ik de hele zondag in een fitnesscentrum had vertoefd tussen zweterige jerommekes met vergeelde marcellekes. Om bench presses en squats te doen, niet om te praten over shakes, 'droog staan' en trainingsschema's, naturellement. Uiteindelijk leek dat allemaal nog niet zo erg; pijn hebben om er wat strakker, slanker en gespierder uit te zien. Opeens moest ik in mijn gedachten een fitnessabonnement gaan halen, strakke schema's volgen en mijn leven wijten aan het kweken van meer musculaire massa. Ik waande me een female bodybuilder en dacht na over winkels waar ze fluogroene bikini's verkochten.

Het realiteitsbesef haalde mij echter snel in. Gelukkig maar. Mocht ik van plan zijn om zulks na te streven, dan kon ik reeds beginnen met alle koperen centjes van de openbare weg op te rapen om mijn veelvuldige spray tans te bekostigen. U moet zich maar eens voorstellen hoeveel vloeistof er nodig is om zo'n vrouwelijke mastodont te voorzien van een glazend oranjebruin laagje. Over het belachelijkheidsaspect nog maar te zwijgen...

Het leek mij in ieder geval het proberen niet waard. Buiten die sporadische verzuchtingen in pashokjes, lijken mij die extra kilo's boven dat streefgewicht me niet echt te deren. Ik ben op dit moment sowieso al de trotse bezitster van een wasbordje, alleen houd ik er net iets teveel van zodat ik er een laagje vet over bewaar.  Of daar perse een verkleinwoord van dient gemaakt te worden, laat ik aan u over.

zondag 9 februari 2014

Ge zijt van Sinnekloas als ge ...

Iedere stad/gemeente heeft momenteel zijn eigen "Ge zijt van ... als ge"-pagina. Ondertussen zijn er van onze stad al zeker 3 pagina's doch ik beperk mij enkel tot diegene waar ze mij lid van hebben gemaakt.

Het voorbije weekend werden er vele herinneringen gedeeld. Eerlijk gezegd kan ik zeker de helft van de geposte opmerkingen niet thuisbrengen omdat ik simpelweg nog ergens in de bloemkolen vertoefde. Dat maakt het gelukkig niet minder plezant om al die verhalen te lezen, met soms zeer treffende beschrijvingen erbij.

Een greep uit mijn persoonlijke favorieten op de pagina:


En een greep uit mijn eigen trip down to memory lane:


Het moet niet gezegd worden dat dat ene groepje mij al van veel gegrinnik & plezier heeft voorzien.

vrijdag 10 januari 2014

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand.


Nog nooit heb ik één minuut stilgestaan bij wie ik werkelijk ben. Nochtans heb ik doorheen heel mijn schoolloopbaan meerdere portfolio's moeten maken over mezelf. Ik herinner me zelfs nog dat in het eerste jaar Verpleegkunde jezelf evalueren als vak werd aanschouwd en werd gequoteerd met een cijfer dat een even grote impact had als alle andere vakken. Ik slaagde met 19 studiepunten en vond dat ik het er goed vanaf had gebracht, dat mezelf onder de loep nemen en door medeleerlingen of lectoren laten nemen.

Enkele jaren later pieker ik me al twee dagen suf over wie ik ben in de ogen van anderen. Een vraag die we allemaal zo eerlijk mogelijk beantwoord willen zien, maar waar we wel een zo mild mogelijk antwoord op verwachten. Mijn zelfbeeld strookt blijkbaar niet met dat van anderen, op geen enkele manier. Waar ik eerder al 'jong & frivool' (met negatieve connotatie) werd genoemd, werd mijn gedrag nu bestempeld op een manier die ik nooit voor ogen had of waar ik nooit op doelde. Een ludiek gesprek dat na verloop van tijd wel een zeer serieuze bijklank kreeg, is hiervan de oorzaak. Wat er gezegd werd liet een diepe indruk na. Dagenlang maalt het al in mijn hoofd: ben ik echt zoals men te kennen gaf?

We kunnen de manier waarop mensen over ons denken nooit veranderen. Wat we wel kunnen is de indruk die we nalaten proberen bijsturen waar nodig. Maar wat als je jou niet bewust bent van de indruk die je maakt?

Al twee dagen probeer ik mijn "jonge & frivole" zelve achterwege te laten. Enkel knikken, korte 'hmm's uitbrengen en vooral veel geforceerd lachen terwijl mijn gevoel me eerder ingeeft om een theatraal drama te starten, inclusief diverse druppels traanvocht, a la Simonneke van Thuis. Mijn nieuwsgierigheid brandt om te weten te komen of dit een alleenstaande mening was of dit door menig vriend & kennis volmondig wordt beaamd. Ik neem hierbij dus nog een voornemen voor 2014 op in mijn lijst, nl. "Stel je als proefpersoon voor een spiegel die niet alleen je uiterlijk weergeeft maar ook je karakter en sociale vaardigheden op een zo eerlijk mogelijke manier. Of ontwikkel hem als niemand er mee bezig is.". Want hoe we door de ogen van anderen zijn, blijft een raadsel dat we zelf blijkbaar niet kunnen ontrafelen.

dinsdag 7 januari 2014

Voornemens!


Mannekes, we zijn al 7 dagen in het nieuwe jaar en ik ben nog aan mijn voornemens bezig. Een beetje te laat maar bon, ik heb er dan toch genoeg over kunnen nadenken, ook al weet ik nu al dat een kwart gedoemd is te mislukken. U weet dat trouwens ook al in mijn plaats.

1. Minder frisdrank, meer water

2. Sport
Zoals ieder jaar. Eigenlijk een te verwaarlozen voornemen. Bij de eerste lentezon begint het te kriebelen maar daarna lijkt dat verlangen naar wat lichaamsbeweging alweer met de noorderzon verdwenen.

3. In de zone 'gezond BMI' terecht komen
Bovenstaande heeft natuurlijk betrekking op dit puntje. Het zouden geen voornemens zijn, mocht 'diëten' niet op mijn lijstje prijken. Officieel ben ik aan het diëten, officieus eet ik enkel koekjes wanneer niemand kijkt.

4. Plannen en budgetteren
En dan vooral omtrent eten. Desondanks de beperkte aankopen van etenswaren die ik doe, kan ik er toch steeds van uitgaan dat zeker de helft van alles in de vuilbak terecht komt. Sommige dingen zitten, beschamend zoals het is, zelfs nog in de verpakking. Niet alleen pure verspilling maar toch ook ergens respectloos tegenover de mensen die veel minder hebben en zich niet elke dag 3 maaltijden kunnen veroorloven.

5.Stoppen met roken
Als niet-roker ben ik er zeker van dat ik aan dit voornemen een positief gevolg zal kunnen geven. Toch al een missie volbracht.

6. Liefdadigheid!
Zij het via vrijwilligerswerk, zij het via donaties. De laatste weken/maanden ben ik als een spons voor alle leed en onrecht in de wereld. Beelden van verwaarloosde hondjes die hun redders nadien een zoentje geven? Tranen. Ijsbergen die afbrokkelen door de klimaatsverandering? Tranen en een lichte paniekaanval. Ontruiming van dat kraakpand in Brussel, waar een klein kindje, volledig omringd door een groteske politiemacht, in een combi moet stappen? Tranen met tuiten. En daarna met een gigantisch schuldgevoel opgezadeld zitten omdat mijn kinderen fris gewassen, met een goedgevuld buikje, onder een lekker warm donsdeken comfortabel liggen te snurken terwijl ik hun tonnen speelgoed & knuffels aan het opruimen ben.

7. Rijbewijs
En een roze monstertruck met gouden velgen. Eat that, Kelis.

8. Het lelijke woord 'eenheidsworst' weren uit de Van Dale.

9. Content zijn
Ieder jaar prijkt dit opnieuw op mijn lijstje. Geen paraplu terwijl het regent? Spijtig, dan maar een gratis douche. Geen lief? Spijtig, dat wordt dan maar een ingebeeld vriendje. Geen geld om die smartphone die ik wil te kopen? Spijtig maar op die paar weken zal het wel niet aankomen. Relativeren is de sleutel! En iets met chakra's, namaste en spiritual guide zou Brigitta 'Gitta' Callens zeggen.
En u denkt misschien: ja maar, wat is er van uw vorige voornemens in huis gekomen?
Check! Strijken. Ik ben zelfs een trotse bezitter van mijn eigen strijkplank & strijkijzer. YOLO!
Check! Minder speelgoed, meer knutselmateriaal & boeken. Mijn kinderen kregen in 2013 inderdaad minder speelgoed maar meer boeken. Een hele berg boeken, welteverstaan. Zoveel boeken dat ik een kinderbibliotheek kan beginnen. Aan dat knutselmateriaal wordt nog gewerkt, op strijkparels en 7 etuis vol stiften na. Ik ben nu eenmaal niet zo'n knutselmama.
Check! Kruidentuin in de keuken. Daarna werd het kruidentuin in de tuin, kruidentuin vol met bladluizen, kruidentuin in de gft-bak.


dinsdag 10 december 2013

POST!

Als kind liep ik rond mijn verjaardag iedere morgen steeds enthousiast naar de brievenbus, op zoek naar post van familie/vriendinnetjes die de moeite hadden gedaan om een zo mooi mogelijk kaartje uit te zoeken waar ik helemaal dol van zou zijn. Die kaartjes stelden we dan tentoon op de kast of we maakten er een slinger van aan de muur, waarna ik de hele maand nog naar ze kon kijken. Idem bij de feestdagen.

Mijn vriendinnen en ik verzamelden Boomerangkaartjes, welke je gratis in de Free Record Shop of een café kon meenemen, die we nadien aan elkaar in de klas gaven met handgeschreven onnozelheid of per post verzonden in de vakanties. Of we knutselden zelf iets in elkaar, versierden de enveloppe met stempels, glitters & confetti.

Momenteel zie ik mijn dochter ook in de post-fase zitten. Rond haar verjaardag holde ze naar de brievenbus maar de kaartjes bleven uit. De brievenbus enkel nog post en dan enkel nog rechthoekige witte enveloppen met rekeningen, rekeninguittreksels of reclame. En dat is natuurlijk niet zo spannend. Een smsje met 'gelukkige verjaardag Phéline' is helemaal niet zo tastbaar als een verjaardagskaart met een kitscherige kat naast een taart op.

En dus nemen we hierbij een goed voornemen: de snelle gelukswensen via e-mail of Facebook achterwege proberen te laten & tijd nemen voor het schrijven van een kaartje. We zijn inmiddels begonnen met de kerstkaartjes, waar Phéline voor iedere persoon een tekening maakt die we dan meesturen in de hoop dat veel mensen ons voorbeeld volgen en dochterlief 's ochtends kitscherige kerstkaarten mag uitstallen op de vensterbank. Wordt vervolgd...

zondag 8 december 2013

25 november - deel II

Vervolg op dit stukje.

Na de perikelen die plaatsvonden voor mijn 5de verjaardag, leek het tij te keren. Mijn moeder begon na lang aanmodderen een relatie met iemand anders. Ik kan mij nog herinneren dat ik alles geweldig vond tot ze zei dat ze gingen samenwonen. De gedachte om niet meer bij mijn bobon en pepe te leven was niet echt geruststellend.

Maar alles verliep vlot de eerste jaren. In de verste verte leek deze persoon niet op zijn voorganger. Er werd wel eens een occasionele oorveeg uitgedeeld aan een ongehoorzame Stephanie maar dat gebeurde toch in de meeste gezinnen, niet? Hij knutselde samen met me, gaf meestal toe wanneer mijn moeder weigerde (dubbele pluspunten!), speelde ieder weekend met mij Zeeslag of Stratego samen met een kopje chocolademelk & vertrok iedere zondag van 's ochtends tot 's avonds om naar een of andere provinciale voetbalploeg te gaan kijken zodat ik de hele zondag mijn moeder voor mezelf had & wij samen leuke dingen deden.

Het liep fout toen ik ongeveer 10 jaar oud was. Opeens gingen wij ook iedere zondag van 's ochtends tot 's avonds mee naar het hele gebeuren. Het eerste jaar viel dat alles nog mee. De begin- en einduren waren menselijk & er waren genoeg kinderen om mee te spelen. Al waren de ochtend starten in een rokerige kantine & de avond sluiten met dronken, luidruchtige mannen niet echt mijn favoriete bezigheden. Maar na een tijdje werden de uren steeds minder menselijk & kwam ik vrijwel steeds 's avonds laat thuis. Om 20u nog steeds in diezelfde kantine vertoeven zonder avondmaal, wetend dat de wekker de volgende ochtend om 6u zou afgaan, in de auto kruipen met een zatte stiefvader die perse zelf wilde rijden - 't waren maar een paar van mijn ergernissen ...

Na een tijdje wou ik absoluut niet meer meegaan & mocht ik alleen thuisblijven. Maar ook dat draaide niet echt fantastisch uit: iedereen om 10u 's ochtends zien vertrekken & nog steeds geen teken van leven krijgen om 21u leek mij ook niet echt het ideale familieleven. Al mijn vriendinnen deden op zondag leuke familieactiviteiten terwijl ik de hele dag alleen zat op een appartement waar ik niet uit mocht. Na een tijd begon ook mijn moeder dit in te zien & bleef ze terug bij mij thuis, waarna ze hem iedere zondagavond 's nachts uit café moest plukken omdat hij te zat was om zelf nog in zijn auto te geraken. Omdat ik steeds mondiger werd toen ik mijn moeder verdedigde, was ik steeds kop van jut. Mijn moeder wist haar kalmte te bewaren maar ikzelf kon niet rustig toekijken hoe hij haar vernederde wanneer ze hem ophaalde of wanneer ze thuiskwamen.

Vanaf dat punt ontspoorde alles. De minste opmerking of blik die hij niet duldde, werd in de kiem gesmoord met geweld, kleineren & immens veel gebrul.

Kleineren uitte zich meestal in het saboteren van mijn eten op een of andere manier. Wanneer ik meedeelde dat ik geen vlees meer wou eten, maakte hij 'speciaal' voor mij enkel nog vleesgerechten. Mijn cornflakes zette hij 's ochtends klaar, met extra veel melk, zodat ze 'pap' waren wanneer ik aan de ontbijttafel schoof, desondanks de pogingen om hem duidelijk te maken dat hij de moeite kon laten. De cornflakes moest opgegeten worden of er werd me de volgende ochtend ontbijt ontzegd. Een fles Coca Cola tussen de rugleuning & de rug om recht te zitten was ook zo'n klassieker. Viel de fles, volgde de opkuis voor mij & kon ik mijn eten vergeten. Ook constant 'per ongeluk' de badkamer binnenkomen terwijl ik in bad zat, de tik op de billen & de bijhorende opmerking 'zo'n billen en nog niet willen' te pas en te onpas gebruiken, leken mij eveneens zeer ongepast & frustreerde mij enorm.

Het geweld evolueerde van een simpele oorveeg, vuistslagen tot het aan mijn haar trekken. Deuren werden uit hun kaders getrokken wanneer ik te lang op toilet zat, stoelen werden stukgeslagen omdat ik een stap uit een Ikea-handleiding was vergeten, borden werden naar mijn hoofd geslingerd omdat ik geen geplette fish sticks met champignonsaus lustte (true story!). Ik herinner mij nog dat ik in een kappersstoel zat bij de mama van mijn toenmalig vriendje, in de hoop dat zij mijn kapsel kon knippen op een manier zodat deze plekken niet meer opvielen. Meermaals stond ik op het bureau van mijn schooldirecteur met een plastic diepvrieszakje dat gevuld was met hele plukken haar. Er werd nergens een gevolg aan gegeven. Ook de keren dat ik met mijn volgepropte schoolrugzak & de reiskooi van Mushi, mijn ratje, aan de bushalte stond om richting politie te gaan, kan ik niet op een hand tellen. Ik ben nooit tot bij de politie geraakt, helaas. Er kwam mij altijd wel iemand oppikken met de loze belofte dat alles beter zou gaan.

De tijdspanne van dit alles, de 'slechte' periode, liep van het 5de leerjaar tot het 5de middelbaar. Nadien pakte hij zijn biezen omdat hij zijn geluk bij een andere vrouw had gevonden. Ik dacht er lang over na om de mevrouw in kwestie de grootste bos bloemen die ik toen met mijn zakgeld kon kopen cadeau te doen. Helaas heb ik dat niet gedaan. Maar op één of andere rare manier heb ik ze wel met enorm veel dankbaarheid in mijn hart gesloten.


__ DE ESSENTIE.
Of wat ik met deze uiteenzettingen probeer(de) te bereiken.

Voor mij is het de bedoeling om mensen te laten ervaren wat zulks teweeg kan brengen met iemand. Ik functioneer normaal, heb geen psychische stoornissen maar het lijkt me zeer realistisch te stellen dat dit alles wel had gekund. Dingen zoals bovenstaande waaien niet gewoon over van zodra de geweldpleger het huis uit is, maar zullen altijd aanwezig blijven, zij het al dan niet onbewust. Het lijkt mij van belang om nooit te minimaliseren of te verdringen.

De essentie van al het voorgaande ligt er in geweld, in al zijn vormen, nooit te tolereren. Voor mij includeert dit zelfs de befaamde pedagogische tik. Niemand heeft het recht om iemand pijn te doen, of het dan psychologisch of fysisch is. Iedere stap naar hulp of naar het doen van je verhaal zal misschien een moeilijke zijn, of een zeer confronterende, maar het zal er één zijn die de moeite waard is.

Ergens is het vooral mijn doel om moeders te bereiken want zij zijn de sleutelfiguur tot dit alles (in situaties zoals de mijne toch). Blijf niet stilzitten wanneer iemand jouw kind onrecht aandoet. Zelfs de kleinste dingen, zoals bijvoorbeeld het bovenstaande cornflakes-perikel of de bal in het gezicht, hebben impact & blijven bij. Schaam je niet om wat er plaatsvindt, maar zoek de openbaarheid op & zoek actief naar een oplossing. En vooral: 'maar ik zal veranderen' is enkel een lapmiddel op korte termijn. Laat je niet keer op keer vangen.


Wat mezelf betreft: tot op heden voel ik wrok, maar ook verdriet. Niet van wat er op zich gebeurd is maar omdat ik dit alles niet in de openbaarheid heb gebracht op de manier waarop ik het wou. Er werd nooit politie bijgehaald om iemand op het matje te roepen. Er werd nooit naar de psycholoog gegaan omdat ik de hele dag op mijn kamer zat thuis & op school niet goed kon aarden. Er werd nooit voor mij opgekomen. Het leven van alle voorgaande personen gaat verder zonder enige belemmering en zonder schuldbesef. Wat er ooit met mij gebeurde, zullen zij zelfs al vergeten zijn. Mochten ze er ooit mee geconfronteerd worden, dan zullen ze dat aanzien als een verdiende loon. In tegenstelling tot hen word ik dagelijks geconfronteerd met wat ik meemaakte. Niet enkel door wat ik zie op straat, hoor op de radio of lees in de krant, maar "my scars remind me that the past is real"  heeft hier wel een zeer letterlijke betekenis.